Een gezonde bodem voor een duurzame voedselproductie

Koen Willekens, onderzoeker aan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek ILVO, specialiseerde zich in bodem en bemesting. Terwijl de gangbare landbouw de bodem ziet als een vervangbare productiefactor, maakt de biologische landbouw de bodem tot niets minder dan haar kern. Productkwaliteit en opbrengst vloeien immers voort uit de bodemvruchtbaarheid. Een bioboer heeft er dus alle baat bij om zijn grond met de meeste zorg te beheren. En die zorg en investering wil De Landgenoten niet verloren laten gaan wanneer een boer stopt maar doorgeven aan een volgende bioboer.

Waarom is de bodemvruchtbaarheid zo belangrijk? Wat betekent het voor een landbouwsysteem om te vertrekken vanuit de bodem?

Elk landbouwsysteem hoort te vertrekken vanuit de vruchtbaarheid die de bodem biedt of kan bieden. Een gezonde gewasontwikkeling staat of valt met de kwaliteit van de bodem. In de gangbare landbouw kan kunstmest een tijdelijk tekort aan voedingsstoffen opvangen en kan de boer met chemische gewasbeschermingsmiddelen curatief ingrijpen tegen ziekten of plagen. In de biolandbouw worden mogelijkheden om een tekort aan bodemkwaliteit te corrigeren bewust ingeperkt. Gewasontwikkeling en gezondheid stoelen er op de vitaliteit van het hele systeem. De biologische landbouw is in grote mate afhankelijk van de bodemvruchtbaarheid voor het behalen van een voldoende opbrengst en degelijke productkwaliteit.

Hoe belangrijk is het voor een maatschappij om voldoende aandacht aan de bodem te schenken?

Een gezonde bodem is van kapitaal belang voor een duurzame voedselproductie. Daarnaast levert de bodem en de vegetatie die erop voorkomt een grote bijdrage aan de gezondheid van onze leefomgeving. Roofbouw op de bodem heeft al geleid tot de ondergang van menige beschaving. Bodembescherming is dan ook een belangrijk aandachtspunt in het huidige beleid. Als van de landbouw een investering in de bodemkwaliteit wordt verwacht, dient daar iets tegenover te staan voor de boer die deze zorg op zich neemt.

Koolstof is een belangrijke parameter voor de bodemvruchtbaarheid. Ook bij discussies over klimaatverandering speelt de opslag van koolstof in de bodem een belangrijke rol.

Koolstof maakt deel uit van de organische stof in de bodem. Die organische stof is  van groot belang voor de bodemkwaliteit. Er kan veel koolstof omgaan in een bodem. Ze komt er terecht door de gewassen die er wortel schieten en gewasresten achterlaten. Economisch hangt het resultaat voor de boer af van wat hij van het veld haalt. Winst aan bodemkwaliteit hangt juist af van wat er aan gewasresten op het veld en in de bodem achterblijft. Belangrijk voor de koolstofvastlegging is dat uit een deel van het organisch materiaal dat achterblijft, zich humus vormt. Al kan humus ook buiten de bodem om bereid worden met composteren. De biologische teeltpraktijk bevordert de koolstofopslag en draagt zo bij aan het beperken van de klimaatopwarming. Ook in de gangbare landbouw is men zich bewust van het belang van organische stof voor bodemvruchtbaarheid en koolstofopslag, maar de afhankelijkheid van snelle meststoffen die geen of weinig stabiele organische stof aanbrengen is er groter.

Wat is de relatie tussen de bodemvruchtbaarheid en de mineralensamenstelling van gewassen?

Planten hebben een groot aantal minerale elementen nodig voor hun stofwisseling en weefselopbouw. Via organische bemesting (daarmee bedoelen we dierlijke mest of compost) levert een bioboer het hele gamma minerale elementen aan en verrijkt daarmee de bodem... niet het gewas. Opdat het gewas de mineralen ter beschikking krijgt, dient het bodemleven in actie te komen. Micro-organismen breken het verse organische materiaal af, benutten de mineralen en stellen ze vrij. Daarnaast doet er zich een symbiose voor in de wortelzone: planten scheiden via hun wortels organische stoffen uit, waarmee ze de micro-organismen voeden die in ruil daarvoor minerale elementen beschikbaar stellen. Zulke symbiose resulteert in een evenwichtige plantenvoeding. Bodembeheer in de biolandbouw is erop gericht dit natuurlijke mechanisme te ondersteunen. De plant wordt dus gevoed langs de omweg van het bodemleven. Overmatige of eenzijdige toepassing van minerale voedingsstoffen, waartoe de gangbare landbouw een groter risico loopt, doet af aan dit natuurlijke werkingsmechanisme en kan van invloed zijn op de mineralensamenstelling van het gewas.

De Argentijnse professor Pablo Tittonell wijst op gedegradeerde bodems. Hoe is het gesteld met de toestand van onze (Vlaamse) bodems vandaag?

Fysische en chemische verwering van de bodem is een natuurlijk gegeven, dat versneld of vertraagd kan worden door het bodembeheer van de boer. Bodemdegradatie uit zich in verlies aan organische stof, afbraak van kleimineralen, uitloging van voedingselementen, verzuring, verdichting …. Die problemen stellen zich ook bij ons en hebben te maken met krappe vruchtopvolging, eenzijdig minerale bemesting, lage aanvoer van organische stof en intensieve bodembewerking. Bodemdegradatie leidt tot een verlies aan opbrengstpotentieel en vergroot de afhankelijkheid van externe inputs als meststoffen, water en gewasbeschermingsmiddelen. Kenmerkend voor de biologisch landbouw zijn net een ruime gewasrotatie, een grote diversiteit aan bemestingsvormen en veel zorg voor de bodemstructuur. Dat komt de opbouw van de bodem ten goede.

Dit interview verscheen eerder in de Bioweekkrant van juni 2014.

foto ©Patrick De Ceuster