Geef ruimte aan landbouw en natuur

'Vlaanderen is vol'

De spanning tussen landbouw en natuur loopt hoog op. Nerveus worden verwijten heen en weer geslingerd. Nadat over minister Schauvliege beweerd werd dat ze de marionet van Boerenbond is, repliceerde Piet Vanthemsche: “Ik ga toch niet zover gaan te stellen dat NVA de marionet van Natuurpunt zou zijn?” Dreigen kleine natuurgebieden te verdwijnen? Moeten boerderijen plaatsmaken voor natuur? De druk op onze open ruimte neemt alleszins onrustwekkende proporties aan. Toch blijven we het Vlaamse platteland aan een sneltempo volbouwen. Hoog tijd om eens grondig na te denken over hoe we onze schaarse open ruimte een duurzame invulling kunnen geven voor de volgende generaties.

De Vlaming met zijn fameuze baksteen in de maag bouwt per dag 12 voetbalvelden vol; ofwel zo'n 6 ha open ruimte die dagelijks verdwijnt... Dit gaat meestal ten koste van landbouwgrond. Elke week verliest België een landbouwareaal ter grootte van 145 voetbalvelden; elk jaar gaan er 2000 banen in de landbouwsector verloren. Gezien deze harde economische realiteit is het begrijpelijk dat de spanningen hoog oplopen wanneer de ene grond dreigt te verliezen aan de andere.

Maar hoeft het één het ander uit te sluiten? Moeten we een muur opzetten tussen landbouw en natuur? Een alternatief landbouwsysteem dat naast lokale voedselproductie ook andere diensten levert, is mogelijk. Denk aan educatie of recreatie, maar ook aan het creëren van lokale biodiversiteit, van ecologische en landschappelijke meerwaarde.

'Nood aan ruimte voor bioboeren'

Sinds de jaren ’80 brengen biologische landbouwers dit systeem bij ons in de praktijk en spelen ze een voorbeeldrol door landbouw en natuur te verbinden. Zij maken werk van een agro-ecologische landbouw die de draagkracht van ons ecosysteem niet overschrijdt. Onderzoek stelt dat er op biologische landbouwbedrijven zo'n 30% meer biodiversiteit aanwezig is. Een bioboer maakt van een vruchtbare bodem zijn levenswerk, wat opnieuw heel wat ecologische voordelen oplevert.

De CO2-emissie is volgens berekeningen bij biologische systemen in de open grond 13 tot 57% lager dan bij gangbare systemen. Een lagere veebezetting, minder stikstofbemesting, hoger gebruik van vaste mest, verbod op kunstmest & chemische bestrijdingsmiddelen, en meer toepassing van vruchtwisseling & bodembedekking, zorgen voor minder ammoniak in de lucht en minder nitraat in het grondwater. Welke natuurliefhebber kan daar tegen zijn?

Steeds vaker streven lokale initiatieven naar een win-winsituatie voor landbouw en natuur. Een groeiend aantal boeren kiest voor biologische landbouw, multifunctionele landbouw, agro-ecologische toepassingen of agroforestry (boslandbouw). Bovendien zoeken steeds meer consumenten aansluiting bij lokale landbouwbedrijven door te kiezen voor voeding uit de korte keten. De populariteit van pakketsystemen, zelfoogstboerderijen, hoeveverkoop en boerenmarkten gaat in stijgende lijn.

Er is daarom nood aan ruimte voor innoverende boeren om nieuwe praktijken te ontwikkelen die economisch, sociaal én ecologisch rendabel zijn. Aan ideeën ontbreekt het niet; aan grond wel. Een aantal parallelle ontwikkelingen (hoge druk op open ruimte, speculatie, schaalvergroting) stuwen de prijs van landbouwgrond omhoog. Kopen is te duur en de couranter wordende seizoenscontracten bieden niet de zekerheid die boeren nodig hebben om te innoveren en te investeren in meer duurzaamheid en bodemvruchtbaarheid.

'Grondenbeleid moet duurzame landbouw verankeren'

Er bestaan nochtans oplossingen die ruimte creëren voor landbouw én natuur... Terwijl politici – onder druk van verschillende belangen – met modder gooien, gaat de gemeenschap zélf een duurzame bestemming geven aan de open ruimte. Klanten en sympathisanten kopen samen biolandbouwbedrijven of gronden aan, om niet alleen de financiering maar ook de continuïteit van het bedrijf te verzekeren. Zo onttrekken ze landbouwgrond aan de speculatieve economie en brengen deze onder in een collectieve eigendomsstructuur. Ze beheren de grond als gemeengoed en verzekeren zijn bestemming als landbouwgrond voor biologische landbouw.

Projecten in Wallonië (Terre-en-vue), maar ook in Frankrijk (Terre de Liens) , Duitsland (Regionalwert AG) en het Verenigd Koninkrijk (SA Land Trust) bleken al erg succesvol. Ook in Vlaanderen brengt De Landgenoten boeren en burgers samen in een coöperatie om te investeren in landbouwgrond die over de generaties heen gebruikt wordt voor biologische landbouw. In één jaar tijd haalde de coöperatie samen met 450 aandeelhouders zo'n 430.000 euro kapitaal op. Deze groeiende beweging toont aan dat het geen zin heeft om alles in aparte hokjes te zetten, maar investeert via aandelen in een perfect huwelijk tussen landbouw en natuur.

In plaats van verdere polarisering in de hand te werken, hopen wij dat onze beleidsmakers zich door dit soort initiatieven laten inspireren. Dat zij – net zoals bij natuurbeheer - via een grondenbeleid duurzame landbouw en lokale voedselproductie verankeren in onze open ruimte. Dat zij werk maken van een ruimtelijke ordening waarin een win-win voor landbouw en natuur mogelijk wordt.

Opiniestuk gepubliceerd in MO* op 25/06/2015
Foto ©Tim Vandewiele