De Groentelaar

De Groentelaar

Sander en Tijs, twee jeugdvrienden uit het Pajottenland, delen een passie voor hun streek, de natuur en vooral de boerenstiel. Met De Groentelaar telen ze al twee jaar verse biogroenten voor Gooik en omstreken. Maar de boerderij moest al een paar keer verhuizen, van het ene lapje grond naar het andere. Met De Landgenoten willen ze nu het veld van hun dromen vinden om zich definitief te vestigen en hun plannen waar te maken.

Wie: 
Tijs en Sander
Waar: 
Gooik, Pajottenland
Wat: 
biologische groenteteelt en akkerbouw
Grootte: 
op zoek naar 2 à 5 ha
Verkoop: 
abonnementen, boerenmarkten, restaurants

PASSIE VOOR NATUUR

“Eigenlijk zijn wij van jongs af aan gebeten door de landbouwmicrobe”, vertelt Tijs. “Sander en ik hebben altijd samen in de JNM-afdeling (Jeugdbond voor Natuur en Milieu n.v.d.r.) van Pajottenland gezeten. Maar zodra we de kans kregen, gingen wij de boer op en bestookten hen met al onze vragen. We waren soms eerder geïnteresseerd in welke variëteiten groenten, welke landbouwmachine of welk ras koeien er op het veld stonden, dan in de akkervogels die er rondvlogen.”

Het is dankzij deze eerste contacten op het veld, dat de kinderdroom van de jongemannen realistischer bleek dan ze aanvankelijk dachten. “Met JNM kwam ik voor het eerst op een kleinschalig bedrijf van een boer die helemaal uit het niets was begonnen”, vertelt Tijs. “Terwijl de volwassen wereld mij altijd vertelde dat ik niet kon starten als boer omdat er in mijn familie geen landbouwers meer zijn.” Sander: “Plots kregen al die jaren seizoensarbeid bij de boeren hier in de streek écht zin. Steeds vaker kwamen we in contact met een aantal biologische landbouwbedrijven die ons leerden dat landbouw en natuur perfect hand in hand gaan.”

Na hun studies in 2011, voegden ze de daad bij het woord en gingen van start met De Groentelaar. Ze kregen daarvoor grond ter beschikking van hun goede buren en biologische melkveehouders Seppe en Hilde. “Het is een klein maar erg vruchtbaar stukje grond van 20 are. Dankzij familiale en later biologische landbouw is er nooit kunstmest gebruikt, en dat merk je”, legt Sander uit. “Alles leeft hier op het veld, laatst zagen we nog een geelgors vliegen.” Tijs beaamt: “Met De Groentelaar kiezen we ondubbelzinnig voor een huwelijk tussen landbouw en natuur. Het heeft toch geen zin om dat in aparte kotjes te zetten?”

GROND GEZOCHT

Om een landbouwbedrijf met een volwaardig inkomen voor beide boeren uit te bouwen is er meer grond nodig. “Omdat we dat eerste stukje grond zo makkelijk gevonden hadden, dachten we 'nu zal het wel loslopen'... Maar dat bleek toch moeilijker dan verwacht”, vertelt Tijs. Momenteel bewerken ze met De Groentelaar zo'n 40 are. “In de opstartfase is dat doenbaar, maar na twee jaar zijn we nu echt klaar om efficiënter en op grotere schaal te werken. We hebben ondertussen al een hele leerschool achter de rug.” Van het veld naar de machineschuur en de groentefrigo moesten ze telkens twee kilometer rijden. Sander: “Er breekt een bout af op het veld, je bent iets vergeten, … Voor je het weet ben je de hele tijd heen en weer aan het rijden. Dan besef je, dit moet anders!”

In hun zoektocht naar grond gingen Sander en Tijs al bij heel wat boeren aankloppen. Het liefst blijven ze in het Pajottenland. “Alles is hier vanzelfsprekend, je weet hoe alles hier in elkaar zit, hoe de mensen met elkaar omgaan”, legt Sander uit. “Het zou toch jammer zijn dat we onze bakermat moeten verlaten.” Al blijft het een serieuze uitdaging. “Hoe de grondenmarkt beweegt, daar krijg je als nieuwe boer kop noch staart aan. Zo weet je nooit welke loyauteit er speelt tussen boerenfamilies”, vertelt Tijs. “Dat die ene boer de ander zijn vader of grootvader ooit nog uit een brand heeft gered bijvoorbeeld; dat kan een reden zijn waarom hij beslist een stuk grond aan die boer te verkopen of te verpachten.”

Mentaal en organisatorisch zijn ze op alle pistes voorbereid. “Eigenlijk hebben wij een soort 'pop-up' boerderij klaar om uit te plooien zodra we een veld gevonden hebben”, lacht Sander. “Ons ideale veld?” durft hij luidop dromen. “Een groot stuk grond van vijf hectare, vlak én zuidgericht, met een plek voor een schuur en serres.” Tijs: “Maar om te beginnen zijn we al heel tevreden met twee hectare. Het voornaamste is dat we er toegang hebben tot water en elektriciteit. Verder is alles mogelijk!” Maar dat houdt hen niet tegen om nog verder te dromen van een veld waar ze ook een poel kunnen aanleggen, met houtkanten voor compost of brandhout, … “Met De Landgenoten hopen we nu écht vooruit te kunnen met onze plannen!”

Omdat landbouwgrond in Vlaanderen zo'n schaars goed is geworden, starten veel nieuwkomers in de landbouw noodgedwongen op één of twee hectare grond. “Samen met De Landgenoten hopen we op vijf hectare te kunnen starten”, legt Sander uit. “Dat is mogelijk omdat we deze investering niet alleen moeten dragen tot aan ons pensioen. Ook kunnen we De Groentelaar – dat we toch wel beschouwen als ons kindje – makkelijker doorgeven aan de volgende generatie.” Aan goesting om eraan te beginnen ontbreekt het alleszins niet. “Het mag komen!”, lacht Tijs.

BOEREN VOOR BRUSSEL

“Van zodra we een degelijk stuk grond vinden, kunnen we onze vermarkting serieus uitbreiden”, vertelt Sander enthousiast. Daarbij zien ze heel wat potentieel in Brussel. “De eerste jaren konden klanten van De Groentelaar hier zelf hun groenten oogsten”, legt Tijs uit. “Maar in een landelijke omgeving waar veel mensen een eigen moestuin hebben, is dat minder interessant. Voor Brusselaars is het dan weer te ver. Terwijl er in Brussel net zo'n grote vraag is naar verse biogroenten. Het zou zonde zijn om daar niet op in te springen.”

Een abonnementensysteem met depots in de stad en Brusselse boerenmarkten behoren tot de plannen. “Zo hebben we al goeie contacten met 'La Ruche Qui Dit Oui', een soort boerenmarkt in het gemeenschapscentrum 'Ten Weynaerd' in Vorst waar je op voorhand een bestelling kan plaatsen. Ik ben er zeker van dat we daar meteen kunnen leveren, van zodra we de ruimte hebben om groenten te kweken.” Verder hebben ze ook een goede samenwerking met enkele restaurants opgebouwd. “Die willen we zeker nog verder uitbreiden”, aldus Tijs. “Ik hou van de directe uitwisseling met mijn klanten, zowel over wat er allemaal bougeert in Brussel, als over oude variëteiten, de smaak van een bepaald ras, … Dat houdt je als boer wakker voor alles wat er naast je veld gebeurt.”

“Wat wij willen bereiken met De Groentelaar komt eigenlijk voort vanuit een diepe bewondering voor de landbouw en hoe die hier steeds met het landschap verweven was. We willen alle oude streekvariëteiten en de oudste technieken terug leren kennen”, legt Tijs uit. “We hebben een groot respect voor de oude boerenstiel, maar ook heel veel zin om vernieuwing te brengen.” Vele nieuwigheden blijken trouwens gebaseerd op hoe het vroeger was, zoals het korte ketenverhaal. “Wist je dat er vroeger een tram van Gooik naar Brussel reed?”, aldus Sander. “De fruitboeren leverden zo rechtstreeks hun fruit in de stad. Dat is toch geniaal!”

©Tim Vandewiele